Sprint-UP in de regio LeidenUniversiteit Leiden, Hogeschool Leiden (gestart in 2008) In het JSL verzorgen ho-docenten (experimenteel) onderwijs voor vo-scholieren, vooral voor die onderdelen die tenminste eerstegraads vakkennis vragen. Ook AIO’s kunnen in dit verband als docent optreden. Dit onderwijs kan worden verlegd naar de school, wanneer er behoefte is aan voorbereidende en/of aanvullende theorie, of wanneer bijvoorbeeld besproken wordt hoe de JSL-leerstof past in het curriculum of in een groter natuurwetenschappelijk geheel. Experimenten voor scholieren duren over het algemeen een halve dag en zijn inhoudelijk afgestemd op verschillende leerjaren (3e/4e en 5e/6e klas vwo en 3e/4e/5e klas havo). Voorzien wordt dat uiteindelijk tussen de 4 en 8 klassen het JSL wekelijks bezoeken om een geavanceerd experiment uit te voeren dat aansluit bij het onderwijs dat op dat moment wordt aangeboden op de middelbare school. Zo kan elke klas van de 6 partnerscholen voor elk van de drie experimentele schoolvakken natuurkunde, scheikunde en biologie één tot twee maal per jaar van het JSL gebruik maken.
Voor vo-docenten is het LAPP-Top for Teachers (LAPP-T) programma ontwikkeld: Een LAPP-T programma bestaat uit zeven bijeenkomsten van drie uur. De studielast is 52 uur. Deze bestaat uit 21 uur contacttijd (7 bijeenkomsten van 3 uur) en 30 uur zelfstudie. Daarvan is 21 uur gereserveerd voor voorbereiding en uitwerking van de bijeenkomsten en 10 voor verslaglegging. Om collega-docenten op school mee te laten profiteren verzorgt elke deelnemer een presentatie op zijn/haar school. Iedere deelnemer levert ook een bijdrage aan een gemeenschappelijk verslag.
De activiteiten waaraan tot nu toe is gewerkt vallen in deze beginfase met name onder LAPP-Top for Teachers. Er zijn meerdere interactieve bijeenkomsten georganiseerd waarbij academisch geschoolde vo-docenten op de hoogte zijn gebracht van recente ontwikkelingen binnen het wetenschappelijk onderzoek. Deze inhoudelijke bijeenkomsten waren per vakgebied verschillend. Vervolgens zijn de vo- en wo-docenten en vakdidactici met elkaar in gesprek gegaan over hoe de nieuw opgedane kennis kan worden ingezet in de ontwikkeling van nieuwe praktische onderwijsmodules. De vakdidactische bijeenkomst had als onderwerp ‘didactiek en practica’. Aan de hand van didactisch onderzoek is besproken "What does the laboratory accomplish that could not be accomplished as well by less expensive and less time-consuming alternatives?" om zo te komen tot kaders voor het te ontwikkelen materiaal. In deze bijeenkomst zijn docenten ook concreet gaan brainstormen over de te ontwikkelen practica. In de daaropvolgende weken hebben de verschillende groepen verder gewerkt aan het materiaal onder begeleiding van de directeur JSL, een technisch onderwijs assistent en een vakdidacticus.
Highlights![]() Hoe gebruikt u het BètaMentality-model? Doe mee met de evaluatie. ![]() Call for Proposals TalentenKracht onderzoek 2011-2016 in het kader van het Masterplan PO ![]() Forse stijging instroom bètatechnische opleidingen. Vooral meisjes kiezen meer voor bèta en techniek AgendaNieuws |